Zeker weten: Ivo Van Hove heeft nog nooit een taart gebakken

Zeker weten: Ivo Van Hove heeft nog nooit een taart gebakken

23 september 2018

© Jan Versweyfeld

Afgelopen zondag ging in Amsterdamse Schouwburg Een klein leven in wereldpremière. Sinds zijn samenwerking met de betreurde Bowie, zijn enscenering van Antigone met Juliette Binoche heeft Ivo Van Hove ‘l’embarrat du choix’. Want auteurs van wereldwijde bestsellers komen dan zelf naar je toe om te vragen of je hun boek voor toneel wil bewerken. Dat overkwam Van Hove toen Hanya Yanagihara hem vroeg om haar boek A little life naar de scène te vertalen. Haar boek is sinds een aantal jaren een waar fenomeen. Het is vuistdik, het is extreem, het gaat over heel veel kommer en kwel. En ten persoonlijke titel voeg ik daaraantoe: de gruwelijkheden die het hoofdpersonage overkomen zijn niet altijd even geloofwaardig. Maar desondanks is het een pure page turner. Dus hebben miljoenen het niet alleen gekocht, maar ook écht gelezen en er talloze zakdoeken bij volgehuild. Of zoals hoofdrolspeler Ramsey Nasr het omschrijft: ‘Het is een extreem boek waar iedereen een extreme mening over heeft.’. Zo! Ga er maar aanstaan.

Toneelgroep Amsterdam gaat sinds dit seizoen door het leven onder de naam ITA, wat staat voor Internationaal Theater Amsterdam. Een naam die vorm moet geven aan een ver doorgedreven samenwerking met de Amsterdamse Schouwburg. Allemaal reden genoeg om kaartjes te boeken voor de avant-première van Een klein leven in Amsterdam. Ter info, ik las het boek vorig jaar, mijn vrouw niet. Op zich al interessant om te kijken of dat je blik op de voorstelling beïnvloedt. De vraag stellen is ze allicht ook beantwoorden.

Vaste scenograaf Jan Versweyfeld creëert niet zozeer een decor dan wel een ruimte waar plaats is voor de vele locaties die het verhaal rijk is, met speciale plekjes voor de drie vrienden van centrale figuur Jude: Willem, JB en Malcolm. Centraal staat een éénzame oude wastafel, waar onder de rand Jude de mesjes verstopt waarmee hij zichzelf snijdt. Want, misschien nog meer dan het boek, focust de bewerking van dramaturg Koen Tachelet zich op Jude Saint Francis als de centrale figuur van dit verhaal. Dat is begrijpelijk maar ook best jammer. Zijn drie vrienden krijgen daardoor nooit de diepte en het reliëf die ze in het boek wel hebben en zeker voor de figuur van Willem blijft dat een geweldig gemiste kans.

Dat de jeugd van Jude niet over rozen is gegaan is een understatement. Misbruik, nog meer misbruik en oh ja, misbruik. Briljant is het idee om alle personages die deze ellende over Jude uitstorten door één acteur, Hans Kesting, te laten spelen. Kesting doet dat met een ingehoudenheid die zo invoelbaar is dat de dreiging haast fysiek wordt. Dat hij als Pater Luke de jonge Jude zichzelf leert snijden om het gevoel van controle op te kunnen roepen is een voorafname op het gevecht dat Jude zijn hele verdere leven met zichzelf zal leveren. En uiteindelijk ook verliest.

© Jan Versweyfeld

Door de voorstelling bijna helemaal op te hangen aan de figuur van Jude Saint Francis, zit er wel erg weinig lucht in. En je zet meteen ook een haast olympisch parcours uit voor de acteur die deze rol op zijn schouders moet torsen: Ramsey Nasr. Hij doet dat met een bewonderenswaardige inzet. Nasr stelt zijn hele lijf en leden én zijn fenomenaal talent ten dienste van deze uitputtende rol. De Schubert (en blijkbaar Wagner) liederen die hij brengt zingt hij technisch niet perfect maar de breekbaarheid is tot halverwege de grachten van Amsterdam te voelen… maar trop is nu éénmaal te veel en te veel is trop. Het expliciete karakter van vele scènes, schuurt soms langs de grens van de anekdotiek en melodrama.

Het voordeel van een boek dat bijzonder meeslepend geschreven is maar grossiert in gruweldaden – naast vele andere verhaallijnen die de voorstelling niet hebben gehaald- is dat je het even kan wegleggen als het je wat teveel wordt. Dat kan bij deze lange zit, de voorstelling klokt af op ruim vier uur – natuurlijk niet. Als lezer van het boek weet je wat er verhaaltechnisch nog moet komen, maar de kans dat diegenen die het boek niet lazen het laatste uur als erg lang aanvoelen lijkt me heel erg groot.

De bewerking van Van Hove en Tachelet laat veel weg. Zo bijvoorbeeld Judes voorliefde voor koken en het bakken van taarten. Patisserie luistert erg nauw. Alle ingrediënten dienen nauwkeurig afgewogen te worden anders loopt het mis. Het geeft dus een gevoel van…controle. Dan red je het niet met Jude wat prefab soesjes amechtig in de chocolade de laten doppen. Een beetje meer balans in Jude’s ‘coping mechanismes’ had de voorstelling voor mij geloofwaardiger en rijker gemaakt.

Dat de zaal rechtveerde op het einde zullen we maar toeschrijven aan deze merkwaardige Nederlandse gewoonte en de stramme spieren na vier uur theater. Maar ik sluit me aan bij wat de recensent van Het Parool over deze voorstelling schreef: Je moet ervan houden.

© Jan Versweyfeld

 

Share This

Copy Link to Clipboard

Copy